Posts tonen met het label blues. Alle posts tonen
Posts tonen met het label blues. Alle posts tonen

zaterdag 11 juni 2011

3.

Over de blues gesproken: het mooiste bluesnummer is, naar mijn smaak, Mannish boy van Muddy Waters. In deze uitvoering ook, met die geweldige uithalen (‘Yeah!’) van zijn gitaristen enzovoorts. Ik ken het nummer in wel tien uitvoeringen, maar dit is de beste. Ik wist nooit dat het in 1955 was uitgebracht als Manish boy, maar zo leer je nog eens wat.
Mijn leven lang is deze muziek, bijvoorbeeld ook die van John Lee Hooker, het ijkpunt geweest. Ik ben dan wel niet opgegroeid op een tabaksplantage in Alabama, maar toch voelde ik me daarmee verbonden.
Wat daarmee aan te vangen, op jonge leeftijd, toen Heintje nog heerste, en ook bijvoorbeeld Sam & Dave de hitparades bestormden?
Heintje, met zijn ‘gouden keeltje’ zoals er toen over geschreven werd, vertrok al snel naar Duitsland, Oostenrijk of Luxemburg, ik weet niet waarheen, waar hij nog menig hitsucces zal hebben gehad (en gefeliciteerd ermee), maar ja. Hij kwam ook wel uit een provincie. Zoals ik er toen over dacht, en nu nog steeds over denk: een weggeefprovincie, een aanhangsel van Nederland, dat gewoon ook weggegeven had kunnen worden aan België of aan Duitsland. Zegt u nu zelf.
We raken van ons onderwerp af: de blues. Laat ik maar eindigen met een nationaal nummer van Cuby & the Blizzards. Goeie band.

vrijdag 10 juni 2011

2.

En dan ga je naar bed, met de klanken van dat Tristitia et anxietas nog in je oren, en je had die avond niets gedronken, dus van slapen komt niets terecht. Je staat weer op, en gaat aan je computer zitten. Je vindt dit en dit, en wat niet al.
Je zet een kop koffie, je eet nog een broodje zalm, en het is nu drie uur in de nacht. Waardoor komt het (denk je bij jezelf) dat die Engelse renaissancemuziek mij nooit zoveel heeft gezegd, maar mij nu zozeer bevalt.
U moet weten, ik ben geboren in 1953 (‘een kind van het rampjaar’) en de eerste muziek die mij bereikte, was van Engelse oorsprong: Beatles, Rolling Stones, Cream, noem maar op. Dat was in de jaren 1966 of ’67 de muziek die overal gedraaid werd. Cuby & the Blizzards, John Mayall, Eric Clapton. Nog steeds mag ik graag een YouTube-filmpje van die mensen draaien. (Op YouTube vind je werkelijk alles.) Ik herinner me dat ik Blind Faith een goede groep vond.
Een jaar of zes later ontdekte ik Glenn Gould (bijvoorbeeld met dit stuk van Byrd, maar vooral met stukken van J.S. Bach). Er ging een, zoals dat heet, nieuwe wereld voor me open. Bach was de koning, en is dat ook lang gebleven.
Ik kan niet tegen bijvoorbeeld Mozart. Die muffe wijsjes! Of tegen bijvoorbeeld Brahms of Beethoven of tegen de verscheidene Tsjechen in de muziekgeschiedenis. Daarvoor verwijs ik naar Karel van het Reve, die van zulke muziek eens zei (mijn woorden): muziek voor kojbojfilms. Hij hield overigens juist wél veel van Mozart. Ik moet niets hebben van dat optimisme in zijn muziek.
Muziek moet in mineur geschreven zijn, vind ik, ga weg met al je vrolijkheid en verveel daar iemand anders mee. Mineur! En dat vind je ook in die Engelse renaissance. Het is gewoon de blues, die ik ook al mooi vond toen ik 15, 16 jaar oud was.